๐จ๐ช๐ฉ ๐ฝ๐ฟ๐ฒ๐ฑ๐ถ๐ธ๐ ๐ฟ๐ฒ-๐ถ๐ป๐๐ฒ๐ด๐ฟ๐ฎ๐๐ถ๐ฒ, ๐บ๐ฎ๐ฎ๐ฟ ๐ฏ๐น๐ผ๐ธ๐ธ๐ฒ๐ฒ๐ฟ๐ ๐๐ถ๐๐๐๐ฟ๐ผ๐ผ๐บ
UWV zegt in de media dat meer moet worden ingezet op re-integratie en omscholing om de WIA-problemen op te vangen.
Dat verhaal klinkt bestuurlijk daadkrachtig. In de uitvoeringspraktijk blijkt echter iets anders: zelfs wanneer een concrete route naar werk al volledig is georganiseerd en alleen nog een inhoudelijk besluit over scholing nodig is, blijft besluitvorming uit.
Daar zit de absurditeit.
Niet in een gebrek aan mogelijkheden.
Niet in een gebrek aan werkgever.
Niet in een gebrek aan motivatie.
Maar in het feit dat een uitvoeringsorganisatie publiek roept dat re-integratie en omscholing de oplossing zijn, terwijl juist daar in concrete dossiers niet tijdig inhoudelijk op wordt beslist.
Dan wordt “meer inzetten op re-integratie” geen oplossing, maar bestuurlijke taal die in de praktijk stukloopt op uitstel, afschuiven en niet-beslissen.
Wie echt meent dat re-integratie en omscholing het antwoord zijn, hoeft daar niet alleen over te spreken in de krant. Dan moet in concrete dossiers ook gewoon tijdig worden beslist wanneer zo’n route zich aandient.
Mijn dossier, waarin precies dit speelt, ligt inmiddels allang bij UWV, de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Algemene Rekenkamer en de De Nationale ombudsman.
Maarten Camps Corné Bot Inge Cotte René Steenvoorden Judith Duveen
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Hans Vijlbrief Thierry Aartsen Tom van der Lee
Nieuwsuur
Zembla - BNNVARA
hans van soest