๐—˜๐—บ๐—ผ๐˜๐—ถ๐—ผ๐—ป๐—ฒ๐—น๐—ฒ ๐˜๐—ผ๐—ฒ๐˜€๐˜๐—ฒ๐—บ๐—บ๐—ถ๐—ป๐—ด....

 

In de jeugdbescherming én in de rechtspraak is dit woord een joker.

Geen diagnose. Geen meetinstrument. Geen juridisch criterium. Toch wordt het in dossiers opgeschreven alsof het een feit is. Daarna zingt het rond door de keten – GGZ, Veilig Thuis, CJG, Raad voor de Kinderbescherming – tot het als waarheid in de rechtszaal ligt.โ€‹

Het mechanisme werkt één kant op. Als een ouder zich uitspreekt over onveiligheid, krijgt die het etiket “geeft geen emotionele toestemming”. Als een ouder het kind juist wil beschermen & daarom positief praat (“het wordt vast leuk”), wordt dat later tegen die ouder gebruikt: een kind dat zelf ervaart dat het niet veilig is, herkent die woorden níet in de werkelijkheid, verliest vertrouwen & gaat zwijgen. Tegelijkertijd mag de ouder het kind niet uitleggen wat er speelt, “want dan belast je het kind”.โ€‹

Zo ontstaat een onmogelijke driehoek: eerlijk zijn mag niet, toneel spelen moet & vervolgens worden beide tegen de ouder gebruikt. In alle varianten wordt de positie van de ouder omgezet in een tekortkoming. Zorgen worden weerstand. Bescherming wordt beïnvloeding.โ€‹

Met het label “emotionele toestemming” wordt niets gemeten, maar ingevuld. Er is geen serieuze observatie gedaan; er wordt opgeschreven wat in het verhaal past & precies die invulling krijgt daarna de status van feit.โ€‹

Dit is niet alleen inhoudelijk fout, het is juridisch onhoudbaar. Wie ingrijpt in gezinsleven, moet werken met controleerbare feiten, onderzoek en toetsbare motivering. Awb 3:2 vraagt zorgvuldige voorbereiding, Awb 3:46 een deugdelijke motivering, Awb 3:9 toetsing van de adviezen waarop men leunt. EVRM 6 en 8 vragen effectieve tegenspraak en bescherming van gezinsleven.

Een term zonder definitie, zonder bron & zonder DSMโ€‘code kan geen dragende grond zijn voor dwang, contactbeperkingen of perspectiefbesluiten. Als dit toch als “feit” opgeschreven wordt, wordt tegenspraak buitenspel gezet & wordt rechtsbescherming een leeg decor.โ€‹

Daar komt de leegte van “toestemming” in een dwangcontext bovenop. Een ouder die onder dreiging van een dwangsom toch het kind moet afleveren, heeft geen keuzevrijheid. Toestemming zonder vrijheid bestaat niet. Toch eist de rechter dan ook nog innerlijke instemming: meewerken én geloven.

Emotionele toestemming wordt precíes gevraagd op momenten dat échte toestemming onmogelijk is. Dat is gedragsdwang verpakt als zorg, met dossiertaal als knuppel.โ€‹

Rechters & beleidsmakers: dit is een systeemfout. Schrap deze ketentaal uit sjablonen & kwaliteitskaders. Omdat “emotionele toestemming” geen DSMโ€‘code is, geen richtlijnbegrip & niet meetbaar of operationaliseerbaar, kan het nooit als feit of dragende grond voor ingrijpen in gezinsleven worden gebruikt, óók niet door de rechter.

Zolang dat niet verandert, is het geen verslaglegging maar macht op papier. En het gezin betaalt de prijs.