Staan we naast de ouder, of beschermen we vooral elkaar?
Soms denk ik wel eens:
stel dat alles in de jeugdzorg gewoon even stil zou vallen.
Geen ketenoverleggen. Geen taalspelletjes. Geen bestuurslagen die elkaar napraten. Geen professionals en ketenpartners die vooral op elkaar leunen om het eigen systeem overeind te houden.
Gewoon stilte.
Misschien zou er dan eindelijk iets zichtbaar worden wat nu te vaak wordt weggedrukt: hoe verloren ouders zich kunnen voelen zodra “hulp” verandert in druk, oordeel en dossierlogica. Hoe snel een kind uit beeld raakt zodra volwassenen vooral met elkaar bezig zijn. Hoe vaak iedereen doet alsof ze weten wat goed is, terwijl er in werkelijkheid vooral wordt gehandeld vanuit angst, haast en institutionele reflex.
Daar gaat het mis.
Niet omdat samenwerken onmogelijk is.
Maar omdat we het woord “samenwerking” zijn gaan gebruiken voor iets wat het vaak helemaal niet is.
Samenwerken is niet: ketenpartners die elkaar vinden tegenover een ouder.
Samenwerken is niet: eerst opschalen, vastleggen, labelen en de ouder daarna nog één keer laten “aansluiten”.
Samenwerken is niet: over gezinnen praten alsof zij het object van beleid zijn.
Echte samenwerking begint veel eerder. Veel lager ook. Laag voor laag.
Eerst de afzonderlijke professional die naast ouder en kind gaat staan in plaats van erboven.
Dan de organisatie die accepteert dat ouders niet eerst perfect hoeven te zijn om serieus genomen te worden.
Dan het management dat stopt met sturen op afdekking, procedures en controle.
Dan bestuurders die onder ogen zien dat het oude model niet werkt, hoe lang ook is gedaan alsof dat wel zo was.
Dat ook zíj fouten hebben gemaakt en dit toe durven te geven. Dat zij geen perfectie kunnen verlangen van ouders, terwijl zij zelf verre van perfect hebben gehandeld.
Want ja, ouders moeten naar zichzelf kijken.
Naar hun tekorten. Hun pijn. Hun aandeel.
Maar datzelfde geldt voor de keten van jeugdzorg zelf.
Voor de vloer.
Voor beleid.
Voor management.
Voor bestuur.
Pas als beide kanten stoppen met doen alsof, ontstaat er ruimte voor iets wat nu bijna revolutionair voelt: eerlijkheid.
En daar, precies daar, begint iets nieuws.
Niet perfect. Niet zonder wrijving. Niet zonder verleden.
Maar wel echt. Wel oprecht.
Niet de keten tegen ouders. Niet organisaties die elkaar vasthouden en het gezin verliezen. Maar iedere afzonderlijke laag die teruggaat naar de enige vraag die ertoe doet: staan wij hier echt naast dit kind en deze ouder, of beschermen wij vooral elkaar?
Pas als dat antwoord eerlijk wordt gegeven, kan samenwerking ontstaan.
En pas dan komt het belang van het kind niet meer op papier, maar in de praktijk op de eerste plaats.
Misschien nog klein.
Maar het is een begin!