๐๐๐ฌ๐๐ก๐๐ซ๐ฆ๐ข๐ง๐ ๐ฏ๐๐ง ๐ก๐๐ญ ๐ค๐ข๐ง๐ ๐ ๐๐๐ญ ๐ฏóó๐ซ ๐๐๐ฆ๐ข๐ฅ๐ข๐๐๐ฅ๐๐ข๐ฆ๐ฌ
๐๐๐ง๐ง๐๐๐ซ ๐จ๐ฆ๐ ๐๐ง๐ ๐๐๐ง ๐ฃ๐ฎ๐ซ๐ข๐๐ข๐ฌ๐๐ก ๐ฐ๐๐ฉ๐๐ง ๐ฐ๐จ๐ซ๐๐ญ.
๐๐๐ฌ๐ญ๐ซ๐ฎ๐๐ญ๐ข๐๐ฏ๐ ๐ ๐ซ๐จ๐จ๐ญ๐จ๐ฎ๐๐๐ซ๐ฌ ๐๐๐ฌ๐ญ๐๐๐ง. ๐๐ ๐ฐ๐๐ญ ๐ฅ๐ข๐ฃ๐ค๐ญ ๐๐๐ญ ๐ญ๐ ๐ฏ๐๐ซ๐ ๐๐ญ๐๐ง.
Niet elke opa en oma is veilig. Kinderen zijn geen familiebezit.
Intergenerationele controle is geen familieband.
Iedereen die denkt dat opa’s en oma’s per definitie veilig zijn, snapt niets van hoe verwoestend destructieve grootouders kunnen zijn. In sommige gezinnen zijn het niet buitenstaanders, maar juist grootouders die jarenlang systematisch psychische schade veroorzaken.
Wie denkt dat die schade stopt zodra er kleinkinderen komen, vergist zich. Patronen van controle en manipulatie verdwijnen niet. Ze verschuiven. Eerst ben je als kind slachtoffer. Daarna, als volwassene, nog steeds het kind van je ouders. En vervolgens opnieuw slachtoffer via je eigen kind.
Intergenerationele coercive control stopt niet; die past zich aan.
Wie gaat dat straks beoordelen? De Raad voor de Kinderbescherming? Gemeentelijke wijkteams? CJG? Landelijk Netwerk Veilig Thuis? GGZ? Dit zijn dezelfde instanties die dwingende controle tussen ouders nu al vaak niet herkennen. Laat staan dat zij intergenerationele controle door grootouders herkennen.
Ernstiger wordt het wanneer deze organisaties gaan “meepraten” en “adviseren” over netwerkplaatsingen. In hun praktijk bestaat dit vaak niet eens als categorie. Wat je niet kent, zie je niet. En wat je wel ziet, wordt soms genegeerd omdat het niet in het bestaande verhaal past.
En dan gaat het zo:
Manipulatie wordt gezien als betrokkenheid.
Controle wordt gezien als zorg.
Een smear campaign wordt een “signaal”.
Karaktermoord wordt een “zorgmelding”.
Flying monkeys worden een “steunend netwerk”.
Gaslighting wordt een “communicatieprobleem”.
Familiale coercive control wordt een “loyaliteitsconflict”.
“Maar ze hebben toch het beste met jullie voor.”
Ondertussen wordt gesproken over “recht op omgang” en “familiebanden”, alsof een kind familiebezit is dat verdeeld kan worden. Alsof je na een scheiding simpelweg een schema maakt: week moeder, week vader, week opa en oma 1, week opa en oma 2. En als die ook gescheiden zijn, nog meer wisselingen.
Niemand lijkt zich af te vragen wat het met een kind doet om voortdurend te moeten schakelen tussen volwassenen die elkaar ondermijnen en het kind inzetten in hun strijd.
Een wet die de drempel voor omgang met grootouders verlaagt zonder dat deze dynamieken worden herkend, creëert een juridisch instrument voor intergenerationele machtsuitoefening en psychische druk. Niet in het belang van het kind, maar ten koste van het kind.
Dat is geen bescherming. Dat is legitimering van controle.
Een rechtsstaat die dit ziet aankomen en toch wegkijkt, kiest niet voor familiebanden, maar tegen de bescherming van het kind.