๐—–๐—ผ๐—ป๐˜๐—ถ๐—ป๐˜‚ï๐˜๐—ฒ๐—ถ๐˜ ๐—ถ๐—ป ๐—ฑ๐—ฒ ๐—ท๐—ฒ๐˜‚๐—ด๐—ฑ๐—ฏ๐—ฒ๐˜€๐—ฐ๐—ต๐—ฒ๐—ฟ๐—บ๐—ถ๐—ป๐—ด:
๐˜„๐—ฎ๐—ฎ๐—ฟ๐—ผ๐—บ ๐—ด๐—ฒ๐—น๐—ฑ๐˜ ๐—ฑ๐—ฒ ๐—ป๐—ผ๐—ฟ๐—บ ๐—ป๐—ถ๐—ฒ๐˜ ๐˜ƒ๐—ผ๐—ผ๐—ฟ ๐—ถ๐—ฒ๐—ฑ๐—ฒ๐—ฟ๐—ฒ๐—ฒ๐—ป?


In het jeugdbeschermingsdebat wordt al járen geklaagd over steeds wisselende professionals binnen gecertificeerde instellingen.

Terecht. Ouders en kinderen krijgen telkens nieuwe gezichten tegenover zich, dossiers worden overgedragen, nuances verdwijnen en vertrouwen wordt afgebroken. Dan heet het ineens een risico voor zorgvuldige besluitvorming.

Maar zodra het over de Raad voor de Kinderbescherming gaat, blijkt die norm opeens opvallend rekbaar.

Terwijl juist de Raad de rechter adviseert over ondertoezichtstellingen, uithuisplaatsingen en gezagsbeëindiging. Ingrijpender wordt het niet. Dan zou je verwachten dat continuïteit, eigen waarneming en onderzoek, dossierkennis en verantwoordelijkheid daar op orde zijn.

In de praktijk zien gezinnen iets anders.

Voor een OTS en UHP-advies één huisbezoek. Overname van ketengegevens in plaats van eigen onderzoek. Daarna een rapport dat er nog snel uit moest vóór afwezigheid of vakantie, met een reactie termijn waarbij de inkt op de raads-enveloppe nog niet droog is.

Bij een verlenging volgen wéér andere medewerkers aan de telefoon. Op zitting verschijnen vertegenwoordigers die het dossier alleen uit overdracht kennen. En tóch worden zware conclusies zonder blikken of blozen gepresenteerd alsof dit zorgvuldig onderzoek heet.

Dus laten we het beestje gewoon bij de naam noemen.

Als wisselingen, overdrachten en gebrek aan continuïteit zo schadelijk zijn, waarom geldt dat verhaal dan ineens niet meer zodra de Raad zelf aan zet is?
Als eigen waarneming ertoe doet, hoe kan één huisbezoek dan voldoende zijn voor ingrijpende conclusies?
Als dossierkennis een randvoorwaarde is, waarom volstaat overdracht dan ineens wel?
En als verantwoordelijkheid serieus wordt genomen, waarom blijft dan zo vaak onduidelijk wie feitelijk heeft gezien & geadviseerd?

De dubbele maatstaf is hier het échte probleem. Normen worden streng uitgedragen zolang het over anderen gaat. Maar zodra de instantie die de rechter adviseert zélf onderwerp van kritiek wordt, blijkt er opeens veel rek te zitten in diezelfde normen.

Dan is één huisbezoek blijkbaar genoeg.
Dan is overdracht blijkbaar genoeg.
Dan is afwezigheid blijkbaar iets waar een gezin zich maar naar moet voegen.

Wie de rechter adviseert over de meest ingrijpende maatregelen in het gezinsleven, hoort niet te werken op basis van minimale of ontbrekende eigen observatie, personele wisselingen en institutioneel gemak. Dan moet helder zijn wie zelf heeft gezien, wie zelf heeft beoordeeld en wie daarop aanspreekbaar is.

De vraag is dus niet of continuïteit belangrijk is.
De vraag is waarom die norm kennelijk ophoudt te gelden zodra de Raad zelf in beeld komt.