Ahmed Aboutaleb, Jeugdzorg Nederland en bestuurlijke bijbaantjes
Ahmed Aboutaleb is voorzitter van Jeugdzorg Nederland. In die hoedanigheid erkent hij zelf publiekelijk dat de sector, de sector waar hij dus verantwoordelijk voor is, is vastgelopen in wildgroei, tekortschietend toezicht en een stelsel dat moet worden omgebogen. Dat is geen randprobleem. Dat is een bestuurlijk oordeel over een sector waarin de gevolgen rechtstreeks neerslaan op kinderen, ouders en gezinnen.
Juist daarom is het onbegrijpelijk dat dezelfde bestuurder zich intussen ook beschikbaar stelt om, na zijn rol als verkenner in Den Haag, óók de formatie te leiden. De vraag is niet of dat formeel ergens past. De vraag is welk bestuurlijk normbesef nog overeind staat als iemand aan het hoofd van een ontspoorde sector meent daarnaast probleemloos nog een gezagvolle politieke nevenrol te kunnen vervullen.
Als je als voorzitter van een brancheorganisatie zelf publiek moet uitleggen dat het veld waarvoor je verantwoordelijkheid draagt structureel uit koers is geraakt, dan heb je geen ruimte voor prestige-opdrachten. Dan ligt je taak daar waar de schade ontstaat. Dan zorg je eerst dat je eigen sector bestuurbaar wordt. Dan herstel je eerst grip, normering en verantwoordelijkheid binnen het domein waarvan je zelf zegt dat het zo niet langer kan. Kortom dan doe je waar je voor betaald wordt, je werk.
Maar in Nederland lijkt bestuurlijk falen zelden een belemmering voor een volgende functie. Eerder het omgekeerde. Terwijl de jeugdzorg nog steeds vastzit in chaos, aanbiederswildgroei en gebrek aan sturing, schuift de branchevoorzitter door naar de volgende gezagsrol. Dat is geen teken van dienstbaarheid. Dat is een bestuurscultuur waarin functies, invloed en aanzien zich blijven opstapelen, terwijl de onderliggende misstand gewoon blijft liggen.
De jeugdzorg is geen dossier dat je ernaast doet. Geen decorstuk naast bestuurlijke zichtbaarheid. Wie zelf erkent dat het stelsel kraakt, hoort niet elders staatsmanschap te gaan etaleren. Die hoort te blijven waar de bestuurlijke plicht ligt. Precies daar waar de brand woedt. En alles wat daarvan wegloopt, zegt vooral iets over de staat van ons bestuur.